Home » Inleidingen » Verwerkingsvormen

Verwerkingsvormen

Lijst met verwerkingsmogelijkheden

Hieronder geven wij een lijst met mogelijkheden die gebruikt kunnen worden voor de verwerking van je inleiding. We hopen je hiermee een handreiking te doen voor een afwisselende verwerking op de J.V.-avonden!

De ideeën die hieronder en in de inleidingenlijst genoemd worden zijn niet verplicht te gebruiken maar we hopen wel dat jullie zoveel mogelijk verschillende en creatieve verwerkingsvormen zullen gebruiken.

  1. Gedicht (evt. voor de inleiding)
  2. Onderzoeksvragen (onderzoek in de bijbel of iets dergelijks)
  3. Bijbelstudie: er kan eerst wat achtergrond informatie gegeven worden, daarna een stukje lezen, vragen maken/vraagtekens plaatsen o.i.d.
  4. Stellingen
  5. Woord opschrijven (evt. voor de inleiding) waar je het eerst aan denkt bij een bepaald onderwerp, dan positieve en negatieve uitingen groeperen.
  6. Allemaal woord opschrijven rondom plaatje/woord (niet praten), daarna bespreken
  7. Mening geven (evt. voor de inleiding) over het onderwerp voor dat het behandelt is.
  8. Per persoon vragen beantwoorden en dan in kleine groep bespreken, kan ook met meerkeuze vragen.
  9. Bespreken van citaten.
  10. Onder de inleiding noteert iedereen 2 punten die hem/haar aanspreken, 2 punten die je leerzaam vond en wat je uit de inleiding kon leren: na de inleiding op groot vel per groepje schrijven (niet praten) dan groepsdiscussie.
  11. Raadsvergadering: 5 verschillende groepen krijgen een opdracht, bijv. naar aanleiding van een krantenknipsel. De groepen gaan dit voorbereiden en sturen 1 afgevaardigde naar de “raadsvergadering”. Daar vindt dus een forum plaats: bijv. 1 groep speelt bewoners, SGP-raadslid, tegenstanders.
  12. Gespreksvragen die voor de inleiding in groepjes beantwoord worden, daarna plenair bespreken.
  13. Enquête om interesse te wekken (evt. voor de inleiding)
  14. Quiz:
  • Iedere vraag telt 10 punten, verkeerd dan 10 strafpunten, volgende groep mag de vraag beantwoorden voor 5 punten.
  • Iedere groep groen/rood bordje: weet men het antwoord dan groen opsteken, weten ze het niet dan rood, dan groene groep schrijven antwoord op, antwoord goed 20 punten, fout 10 punten.
  • Verschillende rubrieken (bijv. toegespitst op het onderwerp), per rubriek verschillende moeilijkheidsgraden, hier ook aantal punten naar.
  • Memory
  • Drie op een rij quiz: iedere groep een letter, blad verdelen in kolommen/rijen, om de beurt vraag zeggen, antwoord goed: letter van de groep in die vraag zetten – 3 op een rij.
  • Dia’s/video of film/PowerPoint -presentatie, maak bijv. Een PowerPoint presentatie over het onderwerp met foto’s, tekst, muziek en eventueel gesproken tekst. Informatie film behoort ook tot de mogelijkheden.
  • De ene groep stelt vragen, geeft de vragen aan de andere groep die antwoorden geeft en omgekeerd.
  • Vragen bij gedicht maken/bespreken
  • Een ! plaatsen in een stuk Bijbeltekst als je het onderstreepte woord zelf weer kunt geven, lukt dat niet plaats dan een ?. Daarna in groepjes bespreken.
  • Voor de inleiding begint een persoonlijke vragenlijst invullen, na de pauze die vragenlijsten in groepjes bespreken.
  • Situatieschets (evt. voor de inleiding), hoe zou jij reageren/handelen: praktijkgeval staat op papier, in groepjes wordt het geval besproken en de vragen beantwoord, daarna plenair.
  • Reageren op “uitspraken”, eerst individueel reageren op papier, dan in groepjes conclusie trekken en vragen beantwoorden.
  • Eerst denken, dan spreken: op een lijstje aanstrepen waar je wel/niet over nagedacht hebt en of dat positief of negatief is. Je stelt dan een vraag over een onderwerp, die vragen worden allemaal in een doos gestopt. Dan gaan groepen antwoord geven op de vragen.

23.Groepsgesprek over het onderwerp. 

24.Inleidingenreeks:verschillende inleidingen over verschillende

     deelonderwerpen.

25. Stellingen: individueel omcirkelen of je het met de stelling

          eens/oneens/geen mening hebt, dan groepsbespreking.

26. Concordantiemethode: iedere groep bespreekt teksten die verband                                            

          houden met het thema, men legt ook verbanden tussen de verschillende 

          teksten. Iedere groep krijgt een kopie van een blz. uit de concordantie 

          (bijbelse woorden-register).

  1. Groep knipt berichten die bij onderwerp horen uit kranten, deze worden doorgegeven aan de volgende groep. Deze groep geeft kort commentaar “er zijn nog meer artikelen, hebben ze er allemaal mee te maken?”. Kranten en aantekeningen gaan terug naar de eerste groep. Dan bespreken de twee groepen het geheel met elkaar.                                 
  2. Situatie naspelen door 2 leden, daarna vragen maken in groepjes.
  1. Puzzel/kruiswoordraadsel
  2. Parafrase: in eigen woorden een stuk uit de Bijbel weergeven. Ook kan iedere groep of iedere persoon een stuk nemen en later aan de gehele groep verwoorden. Handig als iedereen een kopie van het Bijbelstuk heeft.
  3. Werken met foto’s: in groep bespreken: wat schuilt er achter deze foto, allemaal een foto kiezen en uitleggen waarom je die het meest aanspreekt bij het thema.
  4. Rubriceren: woordenlijst met woorden die in 1 van de 4/5 rubrieken passen. Ook de woorden die in meerdere rubrieken passen. Groot papier met daarop lijst met woorden en de rubrieken hang je op, dan op de rij af moet iedereen een woord in een rubriek gaan schrijven, daarna keuzes motiveren. Ook kan men zelf woorden bedenken.
  5. Advertentiespel: iedere groep krijgt korte situatieschets met opdracht een advertentie op te stellen.
  6. Forumdiscussie: na inleiding vragen stellen aan forum: inleider en nog 3/4 anderen.
  7. Inleefspel: verschillende rollen worden gespeeld, de rest let bijv. op argumenten van persoon a/b, de reacties van a/b, indruk van het probleem enz. Daarna nabespreken.
  8. Wat weet je al? (dit kan voor de inleiding)
  9. Muurdiscussie: papier aan muur hangen: kernwoord in midden schrijven, iemand schrijft reactie erbij, iedereen mag reageren, maar wel schrijvend dus niet praten, dan in kleine groepjes bespreken wat op papier staat: ben je het eens, motiveer, wat kun je leren.
  10. Lege-stoeldiscussie: 5 personen in kring, maar 6 stoelen, groepje van 5 discussieert n.a.v. vragen/stellingen, als iemand uit de zaal zich er in wil mengen mag die op de lege stoel gaan zitten. Een van de leden van de discussiegroep moet nu in de zaal gaan zitten, want één stoel moet leeg blijven.
  11. Meerkeuzevragen.
  12. Krantenknipsels bespreken: bijv. naar aanleiding van: hoe je dit moet zien in licht van de Bijbel. (dit kan ook voor de inleiding).