Home » Inleidingen » Overige inleidingen » Corry ten boom

Corry ten boom

Gehouden door:  Jolize    Datum: 14-01-2011

Corrie ten Boom

 
Corrie ten Boom werd geboren op 15 april 1892 in Amsterdam. Ze was vier jaar toen vader Casper met zijn gezin in het huis aan de Barteljorisstraat ging wonen, na het overlijden van zijn vader Willem, en haar vader de horlogerie overnam, waar Corrie een handje in hielp. Het gezin bestond uit haar ouders Casper en Cornelia, haar broer Willem en haar twee zussen Betsie en Nollie. Corrie was de jongste.
Vanuit hun christelijke geloofsovertuiging zette dit gezin alles in voor hulp en dienstverlening aan anderen. Één van Corrie’s herinneringen was: ‘’Ons huis was niet zo groot, maar het had wijd openstaande deuren.’’ Drie tantes van Corrie woonden ook bij de familie in. Corrie bracht een gelukkige jeugd door met deze negen familieleden. Een andere herinnering van Corrie was dan ook: ‘’Als het om geld ging dan waren we niet rijk, maar in alle andere opzichten waren wij dat wel!’’.
De eerste twee jaren van de Tweede Wereldoorlog, was er geen sprake van grootschalig verzet. Maar toen in 1942 de joden op grote schaal werden opgepakt en naar werkkampen werden vervoerd, werd de bezetting en de daaropvolgende onderdrukken veel Nederlanders een doorn in het oog. Sommige Nederlanders gingen daarom over tot verzet. Dit deden zij uit politieke overtuigingen, zoals de communisten, of uit religieuze overtuigingen, zoals de familie Ten boom.
Corrie Ten Boom was leidster van de Beje groep, die bestond uit 80 mensen en maakte deel uit van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Beje is een afkorting voor Barteljorisstraat. 
Het was dus niet alleen een mannenaangelegenheid. Veel vrouwen maakten actief deel uit van het verzet, zoals bijvoorbeeld koeriersters, die volgens ooggetuigen de onmisbare schakel tussen de verzetsorganisaties waren.
Terwijl de bezetting voortduurde en de vervolging en deportatie van joden toenam, raakten de Ten Booms meer en meer betrokken bij het verzet en de redding van joden. Het was een gevaarlijke, complexe zaak om joden voor de Nazi’s te verbergen.
Onder Gods leiding werden vele Joden gedurende 1943 en begin 1944 via het huis van familie Ten Boom ‘verplaatst’. Velen die zich moesten verbergen, bleven dus maar voor een paar uur of enkele dagen, omdat deze straat in het centrum ligt, en dus uiterst gevaarlijk was.
Het werd voor de Joden steeds moeilijker om veilige onderkomens te vinden toen de bezetting maar voortduurde, dus werden vier Joden blijvende gasten in de Beje. Ze voegden zich bij de twee ondergrondse medewerkers. En dan waren er nog de tijdelijke gasten.
Maar hoelang zouden de Ten Booms bewaard blijven? Hoelang zouden ze in staat zijn om Joden in de Beje te verbergen, juist in het centrum van Haarlem? Ze probeerden voorzichtig te zijn. Ze begrepen allemaal het risico dat hieraan verbonden was. Corrie was realistisch: ‘’Op een dag, daarvan was ik overtuigd, zou het fout gaan.’’
En waarvan Corrie overtuigd was, gebeurde. Maandag 28 februari 1944 was de dag, dat de Ten Booms werden verraden. De man die aan Corrie vroeg of ze geld wilde geven, zodat zijn vrouw vrijgelaten zou worden, die in de gevangenis zat vanwege hulp aan Joden. Ze vroeg hem om een paar uur later terug te komen. Omdat ze griep had, had ze niet door dat deze man haar voorloog. Want toen hij later terugkwam, bracht hij agenten mee van de SD.
Deze agenten zochten in huis, maar vonden niet wat ze zochten: Joden. Wel ontdekten ze dat het Alpinabordje een ‘veilig binnenkomen’ signaal was, dus lieten ze dit bordje in het raam van de eetkamer staan. Vele verzetsmensen liepen zo in de val. De SD arresteerde iedereen die het huis binnenkwam. Uiteindelijk werden ’s avonds zo’n 30 mensen meegenomen naar het politiebureau.
De vier mannen en twee vrouwen wachtten angstig af. Ze wisten dat er wachtposten van de Nazi’s in het huis waren achtergelaten: het kleinste geluidje kon de dood betekenen. Ze hadden slechts een paar crackers om te eten, en niets om te drinken. Ze zaten met spanning in de schuilplaats, want ze wisten niet of er hulp zou komen. Toen gebeurde er een wonder! Na meer dan 47 uur, werden de mensen in de schuilplaats gered!
In de gevangenis werd Casper omringd door zijn toegewijde familie en de vele vrienden. Caspers vrienden en buren hadden hem gewaarschuwd om geen Joden te verbergen. Maar Casper antwoordde hier op: ‘’Voor het gevangenisleven ben ik te oud, maar mocht dat gebeuren, dan zou het voor mij een eer zijn, mijn leven te geven voor Gods aloude volk: de Joden.’’ Tien dagen na de gevangenisneming stierf hij.
De griep van Corrie was nog niet over, het ontwikkelde zich tot een langdurige ernstige bronchitis. Vanwege deze ziekte verbleef zij in eenzame opsluiting. Ze had te lijden onder slechte medische verzorging en het weinige voedsel wat ze kreeg. 
Eindelijk brak de dag aan dat ze haar cel voor een poosje mocht verlaten. Ze zou verhoord worden. In het verhoor vroeg de luitenant naar haar vrije tijd. Wanneer zij vertelde over haar werk met zwakzinnige kinderen, zei hij dat hij dat onzin vind, en vroeg of het niet veel meer waard is om een normaal persoon te bekeren dan een abnormaal iemand. Zei antwoordde hierop: ‘’Als u Jezus zou kennen, dan zou u weten dat Hij voor alle hulpbehoevenden een grote liefde en interesse heeft. Het is mogelijk dat het arme, zwakzinnige kind meer waarde in Zijn ogen heeft dan u en ik tezamen.’’ Toen werd hij boos en stuurde haar terug naar de cel. De volgende dag werd ze waar bij hem gebracht, en hij zei: ‘’Vannacht kon ik niet slapen. Ik dacht steeds aan Jezus. We hebben tijd genoeg voor het verhoor, maar eerst moet u mij over Jezus vertellen.’’ Ze was verbaasd, maar deed het natuurlijk!
Ook Betsie werd verhoord, en zij bad met hem. Maar plotseling liet hij documenten aan haar zien, die gevonden waren in het huis. Hier stonden namen, adressen en bijzonderheden op, die de doodstraf kon betekenen voor de familie en vrienden die in de gevangenis waren. Ze kon deze documenten niet verklaren. De luitenant wist hoe gevaarlijk ze waren, en gooide de papieren in het vuur..
Corrie en Betsie werden echt niet vrijgelaten, in tegenstelling tot de anderen. Ze werden vervoerd naar een werkkamp in Vught. Van daaruit werden ze vervoerd naar het concentratiekamp Ravensbrück, één van de grootste en wreedste kampen. Iedere dag was een gevecht om te overleven. Op een keer had Corrie een behoorlijke kou gevat, maar had geen zakdoek. Betsie vroeg haar waarom ze niet bad om een zakdoek. Ze lachte, maar Betsie bad. Een paar minuten later kwam een gevangene een pakje brengen: een zakdoek. Ze zei dat een stem in haar hart had gesproken dat ze een zakdoek moest brengen naar Corrie ten Boom. Deze zakdoek was voor Corrie een boodschap uit de hemel.
Corrie en Betsie werden in dit kamp gedwongen om zwaar werk te verrichten, terwijl ze beiden ondervoed waren. Betsie was bijna 60 jaar oud en werd levensgevaarlijk ziek, en naar het primitieve ziekenhuis gebracht. Betsie was zo zwak en ziek, zodat ze op 14 december 1944 stierf. Dit was erg moeilijk voor Corrie, maar ze besefte dat Betsie nu Gods uiteindelijke genezing ontvangen had.
Een paar dagen later leek het erop, dat het Corrie’s beurt was om te sterven: Haar nummer werd afgeroepen toen we op appel stonden. Maar het werd niet haar dood, ze werd vrijgelaten!
Een week nadat ze vrijgelaten was, werden alle gevangenen van haar leeftijd en ouder, vermoord. Jaren later kwam Corrie erachter, dat haar vrijlating uit Ravensbrück een administratieve fout was. Het was ‘een flater van mensen en een wonder van God!’ riep Corrie uit.
Corrie, die zwak was en ondervoed, bereikte Berlijn op nieuwjaarsdag 1945. Vanuit Berlijn stapte ze op de trein naar Groningen. In Groningen strompelde ze uit de trein naar een ziekenhuis waar ze goed werd verzorgd. Na 10 dagen was ze voldoende hersteld en ging naar Hilversum waar ze twee weken verbleef, en zich in staat voelde om naar Haarlem terug te keren.
Toen Corrie de Beje binnenwandelde, voelde het daar zo leeg. De personen met wie ze haar hele leven lief en leed had gedeeld, waren er niet meer. Corrie rouwde om de vier leden van haar familie die hun levens gaven om anderen te redden. Maar hoewel ze alleen in Beje was, dacht zij aan haar vader en Betsie, die nu in de hemel waren, en hoe gelukkig ze daar zouden zijn! Corrie was bijna 53 jaar oud en ze wist, dat haar leven een geschenk van God was. Ze heropende de horlogerie, bracht geestelijk gehandicapten naar de Beje en zorgde voor hen. Ze voelde dat God meer voor haar te doen had, dat was wat Betsie vertelde: over de hele wereld reizen en iedereen die het horen wil vertellen, wat we in het concentratiekamp hebben geleerd, namelijk dat Jezus een realiteit is en dat Hij sterker is dan alle machten van de duisternis.
Corrie richtte allereerst een christelijk rehabilitatie centrum op, waarin een goede vriendin van haar ging werken. Het was begrijpelijk dat na deze emotionele schade die deze mensen aangedaan was, vergeving een langzaam en moeilijk proces was. Maar de boodschap van Gods liefde heelde diepe wonden en ze vonden innerlijke bevrijding in vergeving. Velen gingen vanuit dit huis de maatschappij weer in, maar niet alleen: Jezus Christus was met hen. God zegende mensenlevens door middel van een toegewijde staf en zo werden ze naar lichaam en ziel genezen. Zo was, dankzij de leiding van God, één van Corrie’s doeleinden gerealiseerd.
Ook bij de volgende stap die ze ondernam, ervoer Corrie Gods leiding. Vlak nadat de oorlog voorbij was, werd haar boek Gevangene en toch…in het Nederlands gedrukt. Ze begon te reizen en waar ze ook maar gehoor kon krijgen, vervulde zij spreekbeurten. De bediening van Corrie in de Verenigde Staten had een bescheiden aanvang, ze kwam daar aan met een vrachtschip. Nadat ze 10 maanden haar verhaal had verteld, wist Corrie niet zeker waar ze vervolgens naartoe moest gaan.
Ze had tegen God gezegd dat ze overal heen wilde gaan maar ze hoopte, dat Hij haar nooit zou vragen om naar Duitsland te gaan. Corrie bad hierover en aanvaardde Gods leiding: Duitsland. Ze wist dat haar terugkeer naar Duitsland onderdeel uitmaakte van Betsie’s visioen. Ze sprak overal over God, en verleende geestelijke bijstand in het concentratiekamp van Darmstadt waar voormalige Nazi’s hun gevangenisstraf uitzaten. Ze vond het geweldig om dáár te kunnen spreken over Hem, die de harten vernieuwt en ze met Zijn blijdschap vervult.
Op haar volgende reis naar Duitsland vernam Corrie dat het concentratiekamp in Darmstadt was gesloten: als gevangenis was het niet langer nodig. Met behulp van de Duits Lutherse kerk en vele plaatsgenoten, werd het voormalig concentratiekamp omgevormd tot een vluchtelingenkamp. Zo werd dit kamp een toevluchtsoord en een plaats, waar levens werden veranderd!
God had Corrie geleid om de visioenen die Hij aan Betsie gegeven had, uit te voeren. Corrie ging door om Gods leiding te zoeken. Ze wist, dat haar taak nog niet af was. Ze zette het reizen voort en ging door om anderen te bereiken voor Hem. Ze werd een ‘zwerfster voor God.’ Toen ze 53 jaar oud was begon ze met ‘zwerven’ en ze ging hiermee door tot haar 85e, waarvan ze sinds haar 68e een persoonlijk metgezel meereisde, om haar te helpen bij de ongemakken van zo’n bestaan. Over een periode van meer dan 30 jaren deelde zij het evangelie van Christus uit in meer dan 60 landen.
Op 15 april 1983 waren Corrie’s intiemste vrienden bij haar bijeen om in stilte haar 91e verjaardag te vieren. Ze verkeerde in een toestand van halve bewusteloosheid en die avond ging Corrie naar de HEERE. Ze werd begraven in Californië, waar op haar grafsteen staat: ‘’Corrie ten Boom, 1892-1983. Jesus is Victor.’’ Ze had geen machtig groot geloof, maar ze geloofde in een machtig, groot God.