Home » Inleidingen » Overige inleidingen » Christen of christelijk

Gehouden door Dingena 19-2-2016

Christen of alleen christelijk?

 

Tekst: Efeze 5: 1- 21

Zingen: Ps. 103: 1 en 6 , Ps. 105: 1 en 2

 

Kerntekst:

Efeze 5: 1-2

Zijt dan navolgers van God, als geliefde kinderen. En wandel in de liefde, gelijk ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer van God, tot een welaangename reuk.

 

Interview met een Amerikaanse vrouw (Bron: Gezinsgids)

Ondanks dat ze nu zelf christen is, jagen christenen haar soms nog angst aan. “Dat gebeurt als ze het christendom verlagen tot een levensstijl en beweren dat God aan de kant staat van mensen die zich houden aan de regels die bij die levensstijl passen, een levensstijl die ze zelf hebben uitgedacht of waarvan ze beweren dat ze die uit de Bijbel hebben gehaald, legt ze uit. “Volgens mij is er geen grotere vijand voor een vitaal en levenskrachtig geloof dan vasthouden aan een cultuur waarbinnen maar een vorm van gedrag toegestaan of wenselijk is. Dat brengt onnodige verdeeldheid, bijvoorbeeld over de vorm van onderwijs of gewoontes op het gebied van kleding. Het Woord van God en het geloof in Zijn Zoon zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Als het goed is, is de kerk opgebouwd uit broeders en zusters in Christus.

Dat moet samenbinden en niet de culturele gelijkheid. Het gaat er niet om dat mensen zich in de kerk veilig voelen doordat ze met mensen zijn die dezelfde overtuigingen hebben als zij. Het belangrijkste is dat een kerk bestaat uit mensen die een zijn in het geloof en de bekering van de zonde.”

 

Boven Efeze 5 staat; Wandelen als kinderen van het licht.

Opnieuw wordt de christen opgeroepen om te gehoorzamen aan de wet van God en zo te lijken op God (navolger). Hij zegt in vers 2: “Laat liefde alles wat je doet bepalen. Lijk op Christus. Zijn liefde blijkt uit Zijn kruisdood. Zo maakte Christus, op een manier die God behaagde, vrede tussen God en de mens.

Paulus waarschuwt voor heidense manier van leven en spreken. Het is niet om het even hoe je leeft. Mensen die bewust in zonden leven, zullen het koninkrijk van God niet ingaan.

Laat je niet meeslepen en beïnvloeden door anderen. God straft de zonden. Doe niet met zondaars mee. Zij leven in geestelijke onkunde. Een christen is echter een kind van het Licht, hij heeft geestelijke kennis. Dat moet blijken uit de geestelijke vruchten in zijn leven: goedheid, rechtvaardigheid en oprechtheid. Onderzoek als christen zijnde hoe God wil dat je leeft. Christenen zijn kinderen van het Licht. Door hun eerlijke levenswandel betrappen ze anderen op hun zonden. Paulus roept mensen die geestelijk dood zijn op om wakker te worden en het Licht (Christus) in hun zondige hart te laten schijnen. En hij sluit vers 21 af met vier vermaningen:

  1. Word vervuld met de Heilige Geest
  2. Loof de Heere met psalmen en liederen
  3. Dank God voor alles
  4. Wees onderdanig naar elkaar toe.

 

In de brief aan Efeze worden wij opgewekt om navolgers te zijn, navolgers van God en navolgers van Christus, door een wandel in de liefde, midden in de barre werkelijkheid van het dagelijkse leven.

De apostel roept ons hier op om te wandelen in de liefde ach-ter de Heere Jezus aan, het grote toonbeeld van Gods liefde. Hij dringt er bij ons op aan, dat we ons onderscheiden van het heidendom om ons heen.

Welk een rijk leven is dat! Navolgers van God zijn en meer en meer worden. Zo staat het er eigenlijk. Als geliefde kinderen van die God; geliefd in de Geliefde Zoon van God Christus.

 

Maar wat houdt dat nu praktisch in om navolgers van God te zijn? Is het wel mogelijk, dat wij nietige schepselen en arme zondaren - de hoge en heilige God 'imiteren'? Zullen wij ooit heilig en genadig kunnen zijn, zoals Hij dat is? Kunnen wij in deze bedeling perfecte en zondeloze mensen worden, identiek aan God Zelf?

 

Zeker niet. Toch is er een drijfkracht in de gelovigen waardoor zij aanhoudend naar omhoog zien, vol verlangen om de Heere gelijkvormig te zijn. Wellicht kunnen we dit duidelijk maken met het beeld van de wilde ganzen; de trekvogels die in het herfst in de vorm van een V naar het warme zuiden vliegen; één aan de kop. Zo trekken de gelovigen de Heere achterna langs de vaste route van de liefde. En dat gaat altijd achter die Ene aan, Jezus Christus. Want God is liefde en in Christus is de liefde Gods ons ten volle geopenbaard. Hij is onze drijfkracht.

 

Dat is de samenvatting, de positieve 'setting' van alle vermaningen die de apostel ons in het tweede deel van zijn brief aanreikt, een opwekking tot een nieuwe levensstijl, geheel anders. Een leven in de liefde, in de weldadigheid en in de lijdzaamheid. Een lichtdruk van Gods liefde in Christus.

 

Deze nieuwe levensstijl reikt verder dan het onderhouden van fatsoensnormen. Navolgers van God in Christus zijn niet maar sympathieke mensen of liefhebbende mensen in het algemeen. Hun leven is een reflex van de levende Christus Die in ons een gestalte krijgt door het geloof.

 

Overmeestert die Christus ons  met Zijn innemende liefde niet zo volledig, dat wij het voortaan ook niet laten kunnen om intens lief te hebben? In één woord: Hij is onze liefdesstandaard. Hij Die Zijn leven gaf voor de Zijnen, Hij doet ons zover gaan in de liefde, dat wij de broeders en zelfs onze vijanden desnoods ten koste van ons eigen leven liefhebben.

 

Over deze Christus Die het toonbeeld en de uitstraling van Gods liefde bij uitnemendheid is, gaat het in dit tekstgedeelte. Over Hem Die in Zijn zelfovergave ter wille van ons tot een offer, in het bijzonder tot een (bloedig) slachtoffer aan het kruis werd, waardoor Hij ons Zichzelf meedeelde als Eén Die ons met de Vader verzoent. 'Zo lief had Hij zondaars, dat Hij voor hen stierf.'

Dat is de enige prijs, waarmee wij met God verzoend zijn!

 

God nam er niet alleen genoegen mee, Hij is er ook helemaal door bevredigd. Dit offer was een liefelijke reuk voor de Heere. Christus is God aangenaam geweest in Zijn zelfopoffering, omdat Hij daardoor aan Zijn heilig recht voldeed.

 

Wat moet het navolgen van God praktisch betekenen? Hier is het antwoord: wandelen in zelfopofferende liefde; liefde tot Hem en tot elkaar. Zo zijn ook wij een geurig offer voor God. De Heere liefhebben boven alles en de naaste als onszelf.

 

Wat houdt het nu in om een echte christen te zijn?

Naamchristenen zijn er nog steeds en die kun je overal aantreffen. Als je in een christelijk land bent geboren en opgegroeid, ben je 'vanzelf' christen. Als kind ben je gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Zo sta je dan als christen te beok. Als gedoopte sta je ingeschreven als lid van de christelijke kerk. Zelfs mensen die de heilige doop niet ontvangen hebben, staan soms te boek als 'geboorteleden', omdat hun ouders lid van de kerk zijn.

Wanneer kun je iemand terecht een christen noemen.

Zonder Christus kun je geen christen zijn. Een wezenlijk kenmerk van een christen is dan ook dat hij door het geloof verbonden is met Jezus Christus. Je kent Hem dan en hebt Hem lief. Zijn leven komt in je. Daarom ga je ook luisteren naar Zijn stem en Hem gehoorzamen. Je bidt: 'Leer mij naar Uw wil te leven.'

Hij is de goede Herder, Die jou kent en voor je zorgt.

Een echte christen herkent de stem van zijn Herder uit al de stemmen om hem heen, omdat hij dat geleerd heeft.

Je wordt blij wanneer je over Hem hoort en dicht bij Hem bent.

Echte christenen kunnen Hem niet missen. Zij leven voor Hem, omdat ze door Hem leven. 'Dit is het eeuwige leven', heeft Jezus gezegd, 'dat mensen Mij kennen en de Vader Die Mij gezonden heeft.'

Echte christenen zijn niet alleen op zondag christen, maar alle dagen van de week en dat onder alle omstandigheden. Ze kunnen hun christelijk jasje niet even uitdoen, want het christen-zijn zit niet alleen aan de buitenkant. Het is een zaak van hun hart, van hun hele leven. Ze worden gedreven door hun liefde voor Jezus, Ze hebben Hem lief omdat Jezus hen eerst heeft liefgehad. Christenen stralen dit uit in een christelijke levenshouding van liefde en eerlijkheid, van barmhartigheid en geduld.

 

Beeld van Christus

Voordat Jezus het grote lijden inging, heeft Hij zijn discipelen iets heel belangrijks geleerd. Hij nam, toen zij aan tafel lagen voor de maaltijd, Zelf water en een doek en begon de voeten van de discipelen te wassen. Toen Hij bij Petrus kwam, zie hij spontaan: 'Dat zal niet gebeuren. U zult mijn  voeten beslist niet wassen.'

Maar Jezus zei: 'Laat Mij maar Mijn gang gaan.' Toen Hij ermee klaar was, leerde Hij waar het nu voor Zijn volgelingen op aankwam. Hij sprak: 'Ik heb jullie een voorbeeld nagelaten. Jullie moeten bereid zijn om de voeten van elkaar te wassen.'

Met andere woorden: Kniel voor die ander en doe dit nederige werk. Door letterlijk voor de ander te knielen, maak je je klein.

Wees dus niet hoogmoedig en trots.

Jezus leert Zijn discipelen deze les door het hen voor te doen. Zij hoeven slechts Hem te volgen.

Dan praat je niet meer over elkaar, maar spreek je met elkaar in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.

De liefde van Christus gaat in je groeien. Door deze liefde ga je bepaalde dingen doen en laten. De liefde van Christus dringt ons om anderen naar Hem te leiden. Maar niet minder om door de liefde voor de ander het beeld van Christus te zijn in de liefdevolle omgang met onze naaste.

De liefde wint en de liefde overwint!

 

Mag ik je vragen: Is er vrede tussen God en je ziel?

 

 

Ik ben een kerkmens

 

Ik zit op dingen van hout en van verf.

Verslijt vele banken tot mijn nageslacht het volgende erft.

Hoor hier over Alles, Drie in Een.

Over kruis en van genade.

Een boodschap die zou moeten gaan door merg en been.

Men spreekt hier over liefde,

een hemel en een hel.

Men spreekt hier over zonde,

Redding en herstel.

 

Ik zie hier mensen aangaan.

Aan tafels van rein wit.

Ik zie mensen lopen,

terwijl ik op mijn plekje zit.

Ik doe mee met honderd dingen,

die hier worden georganiseerd.

Al weet ik ook wel:

“Daardoor word ik niet bekeerd.”

 

Ik zie mensen vol van vreugde,

vrede en geluk.

Ik zie mensen die geheeld zijn,

Leven zonder druk.

Ondertussen zit ik,

Op dingen van hout en van verf,

Verslijt ik vele banken,

tot mijn nageslacht het volgende erft.

Ik weet het:

 

Ik ben een kerkmens en ik weet niet eens waarom.